Er zijn net zoveel redenen als er onderpresterende kinderen zijn.
In grote lijnen kunnen de redenen tot onderpresteren in vier categorieën onderverdeeld worden.
Het kind past zich aan het niveau van de klas en de verwachtingen van de leerkracht aan, omdat het dat het veiligste vindt. Al in het begin van de basisschool kan het kind z’n klasgenoten goed in de gaten houden en hun gedrag en prestaties imiteren. Het kind doet z’n best om niet op te vallen teneinde door de groep geaccepteerd te worden.
Het kind is ontmoedigd. Dit is het geval wanneer de leerling bij voortduring op een voor hem te laag ontwikkelingsniveau wordt aangesproken. Het kind heeft het gevoel niet goed begrepen te worden. Omdat de leerstof niet voldoet aan de leerbehoeften van dit kind, raakt het zijn motivatie kwijt en ontwikkelt het een slechte werkhouding. In het ergste geval raakt het kind geblokkeerd en krijgt het zelfs het idee dat het tot niets in staat is. Een fundamentele zelftwijfel kan het gevolg zijn. De leerling raakt in een negatieve spiraal waaruit het zonder deskundige hulp niet kan ontsnappen.
De leerling is perfectionistisch ingesteld en heeft van daaruit faalangst ontwikkeld. Het kind stelt hoge eisen aan zichzelf. Wanneer het weet hoe het eindproduct eruit moet zien, b.v. een tekening van een kasteel, dan vergelijkt het z’n eigen werk niet met dat van klasgenoten. Het kind wil een perfect product en als dat niet kan, doet het liever niets. Een kind dat te perfectionistisch is ingesteld, heeft geen reëel zelfbeeld. De eisen die het aan zichzelf stelt, zijn veel te hoog. De leerling is niet zozeer faalangstig tegenover de leerkracht of medeleerlingen, maar juist ten opzichte van zichzelf. Het kind mag van zichzelf geen fouten maken. Hiermee kan het kind z’n eigen ontwikkeling behoorlijk in de weg staan. Het functioneert op een lager niveau dan het gezien z’n capaciteiten zou kunnen. Onderpresteren uit faalangst, welke gebaseerd is op perfectionisme, zie je al bij heel jonge kinderen. Vaak zijn het juist die kinderen die als baby zo traag waren en op de peuterspeelzaal zo bang en teruggetrokken. Deze kinderen moeten leren een reëel beeld van zichzelf te krijgen. Zij moeten leren zichzelf toe te staan om fouten te maken. Ouders en leerkrachten kunnen hier een goede voorbeeldfunctie vervullen.
De leerling kan bewust voor onderpresteren kiezen uit sociale motieven. Uit verlangen om bij de groep te horen kan het kind z’n prestaties aanpassen aan het gemiddelde van de groep, wetende dat het voor een “stuudje” moeilijk kan zijn om vriendschappen te sluiten. Een ander sociaal motief kan zijn dat de leerling door minder tijd aan het huiswerk te besteden, meer tijd over houdt voor buitenschoolse activiteiten en hobby’s.
Reageer op dit artikel
(je naam verschijnt boven je reactie, je emailadres is alleen bekend bij Omnino)
Reageer op dit artikel
(je naam verschijnt boven je reactie, je emailadres is alleen bekend bij Omnino)